Basisschoolkind
Rouwen mood picture

Rouwen

Ieder kind gaat anders om met een verdrietige gebeurtenis. Hoe lang het rouwen duurt, verschilt ook per kind. Je probeert je kind zo goed mogelijk te begeleiden. Het belangrijkste is om zo open mogelijk te praten met elkaar. Het is goed om verdriet te laten zien en horen. Geef je kind ruimte voor verdriet. Geef je kind het gevoel dat jij de situatie aankan.

Kinderen gaan anders met de dood om dan volwassenen. Wat de dood voor je kind betekent, hangt af van zijn of haar leeftijd en ontwikkeling. Het is belangrijk dat de dagelijkse gewoonten zo snel mogelijk of zo goed mogelijk doorgaan. Dat geeft kinderen houvast.

Het is verstandig om je kind niet weg te houden bij de ernstig zieke of overleden persoon. Laat je kind afscheid nemen op een manier die bij je kind past. Een tekening maken, een bloem neerleggen bij de uitvaart. Laat je kind zelf kiezen of hij of zij de overleden persoon wil zien of aanraken.

Rouwen van 3 tot 6 jaar

Kinderen in deze leeftijd kennen het verschil tussen leven en dood. Ze weten dat mensen en dieren dood kunnen gaan. Ze begrijpen alleen niet dat het voor altijd is. Ze zien de dood als iets tijdelijks (‘Opa ligt te slapen’). Wel beginnen ze te leren dat dood met verdriet te maken heeft.

Misschien kent je kind nog niet genoeg woorden om te praten over het verdriet. Probeer je kind woorden te geven: ‘Ik weet dat je verdrietig bent, omdat opa dood is gegaan. Zullen we praten over welke leuke dingen jullie samen hebben gedaan?’

Je kind kan sneller boos worden of slechter gaan slapen of eten. Misschien kruipt je kind meer op schoot of vindt hij of zij het nu moeilijker als jij weggaat. ‘Kom je wel terug?’ kan je kind zich afvragen.

Peuters en kleuters zijn niet bang voor de dood en kunnen veel vragen stellen. Geef zo open mogelijk antwoord.

Rouwen van 6 tot 9 jaar

Nu leren kinderen langzaam dat de dood voor altijd is. Iemand die dood is, komt niet meer terug. Ze begrijpen nog niet wat dat precies betekent. Ze weten ook nog niet dat iedereen doodgaat. Je kind kan in de war raken of bang worden, bijvoorbeeld dat papa of mama doodgaat.

Op deze leeftijd zijn kinderen vooral op een praktische manier met de dood bezig. Je kind wil informatie en heeft belangstelling voor de uiterlijke dingen die bij overlijden horen. Vragen komen vaak heel nuchter over, zoals: ‘Wordt die bril ook verbrand?’ Sommige vragen lijken zelfs ongevoelig, maar je kind begrijpt de gevoelens van anderen nog niet goed. Een vraag of het buurmeisje na het overlijden van haar moeder nu een nieuwe moeder krijgt is niet vreemd. Je kind probeert te begrijpen wat de dood inhoudt.

Rouwen van 9 tot 12 jaar

In deze leeftijdsfase weten kinderen dat alle levende dingen dood kunnen gaan. Als je vraagt waarom mensen doodgaan, noemen ze vooral lichamelijke redenen: kanker, oud zijn, een hartaanval of een auto-ongeluk. Je kind kan nu ook bang zijn voor de dood, voor zichzelf of dat een van zijn of haar ouders kan overlijden.

Kinderen op deze leeftijd vinden gevoelens als angst en verdriet soms ‘kinderachtig’. Omdat ze deze gevoelens wel hebben, gedragen ze zich soms lastig of slapen ze slechter. Al laat je kind het niet zo merken, hij of zij heeft aandacht en troost nodig. Je kind is zich nu ook bewust van gevoelens van anderen. Misschien praat hij of zij niet met jou over het overlijden van oma, omdat je kind denkt dat jij het zelf al moeilijk genoeg hebt. Blijf dus zelf praten met je kind of stel voor dat hij of zij praat met iemand anders, die iets verder afstaat van de overleden persoon.

Maak je geen zorgen als je kind zich even wat minder kan concentreren op school. Vertel de leerkracht wel wat er aan de hand is.

Vragen over de dood

Hoe oud je kind ook is, je krijgt misschien vragen over de dood die je nu liever niet wilt beantwoorden. Bijvoorbeeld als oma, je eigen moeder, heel erg ziek is. Toch is het verstandig die vragen zo open en eerlijk mogelijk te beantwoorden. Op deze manier help je je kind met het verdriet om te gaan. Leg uit dat oudere mensen meer kans hebben om ziek te worden. Het kan je kind geruststellen als hij of zij weet dat een jonger iemand minder kans heeft om dood te gaan door een ziekte.

Hulp bij omgaan met rouwen

Misschien vind je het moeilijk om je kind op een goede manier te helpen bij het rouwen. Dit kan komen doordat je zelf ook verdriet hebt. Je kunt vrienden, familie of een goede buur om hulp vragen.

Ook kun je bij verschillende instanties terecht voor hulp voor je kind en voor jezelf:

  • Psychogoed.nl – Tips hoe je kinderen van verschillende leeftijden vertelt dat iemand is overleden en hoe je hen helpt bij het omgaan met het verlies.
  • Rouwbehandeling.nl – informatie over rouwbehandelingen na overlijden door verschilende oorzaken. Voor volwassenen en kinderen, Ontwikkeld door Fonds Slachtofferhulp.
  • Rouwmeter voor kinderen – op Rouwbehandeling. nl vind je onder andere deze zelftest voor je kind. De uitkomsten geven aan of je kind wel of geen professionele hulp kan gebruiken bij het rouwproces.
  • Achter de Regenboog.nl  – hier vind je informatie over het begeleiden van kinderen tijdens een rouwproces. Je kunt ook de advieslijn bellen: 085 047 15 71. De stichting organiseert bijeenkomsten voor lotgenoten.