Ouderschap
Carlijn: ‘De jeugdverpleegkundige ging eerst op onderzoek uit.’ mood picture

Carlijn: ‘De jeugdverpleegkundige ging eerst op onderzoek uit.’

Carlijn, moeder van Yinthe (5), besprak op het consultatiebureau dat haar dochter was gaan bijten. De jeugdverpleegkundige zocht uit wat er aan de hand kon zijn en gaf tips: ‘Communicatie was het struikelblok en daar konden we Yinthe bij helpen.’

Sterke wil

‘Yinthe is een meisje met een sterke wil en veel energie. Als baby wilde ze al heel snel zitten, en ze kon ook vroeg lopen. Ze wil alles meemaken en altijd meedoen.
Vanaf dat ze een half jaar oud was, had ze vaak oorontstekingen. Daardoor bleef het praten achter. Ze kon niet duidelijk maken wat ze wilde, terwijl ze juist zo veel wilde. In die tijd begon ze te bijten.
Dat ze dat bij ons deed was nog tot daaraantoe, maar ze deed het ook bij andere kinderen in de opvang. Daar maakten we ons natuurlijk zorgen over. Hoe zou dat verder gaan? Willen kinderen straks nog wel met haar spelen?’

Frustratie

‘De jeugdverpleegkundige heeft ons hier heel goed bij geholpen. Ze dacht goed met ons mee. Ze gaf niet meteen antwoord, maar ging eerst op onderzoek uit: waar kwam het bijten vandaan? Daardoor voelden we ons echt serieus genomen.

Ze legde ons uit dat het bijten waarschijnlijk uit frustratie kwam. Aan de ene kant omdat Yinthe met haar sterke wil allerlei dingen nog niet kon die ze wel heel graag wilde doen. Aan de andere kant omdat ze niet kon vertellen wat ze wilde, omdat ze nog niet goed kon praten. Het frustreerde haar dat de mensen om haar heen haar niet begrepen. En uit frustratie ging ze bijten.’

Keuzes voorleggen

‘Communicatie was haar struikelblok, en daar konden we haar bij helpen. De jeugdverpleegkundige gaf ons hele goede tips. Bijvoorbeeld door haar keuzes voor te leggen die ze zelf niet kon uitspreken: wil je de bal of wil je met de blokken spelen? We gaven haar ook voorbeelden van wat ze tegen andere kinderen kon zeggen als ze iets niet wilde of niet fijn vond. Dat werkte.

Om het praten te verbeteren, stelde de jeugdverpleegkundige voor om naar de logopedist te gaan. Dat hielp ook. Ondertussen kreeg Yinthe buisjes waardoor ze beter ging horen en praten.’

Skeelers

‘Vaak belde de jeugdverpleegkundige ons om te vragen hoe het ging. Dat geeft wel aan hoe betrokken ze was. Ook belden we zelf wel eens tussen de consulten door, daar was alle ruimte voor.

Het gaat nu goed met Yinthe. Ze blijft een meisje dat weet wat ze wil en ze heeft nog steeds veel energie. Lichamelijk ontwikkelt ze zich nog steeds snel. Ze doet de radslag al. Pas kreeg ze skeelers voor haar verjaardag, en ze reed er zo op weg zonder ooit geoefend te hebben.

De tips die we van de jeugdverpleegkundige kregen, gebruiken we nog steeds. Bijvoorbeeld als ze boos is en in haar boosheid blijft. Om dat te doorbreken vragen we haar dan: wil je dat ik bij je blijf of wil je alleen zijn? Dan kan ze kiezen, en je merkt dat dat helpt.’