Voor Marije, moeder van een jongenstweeling van 4, bleek het consultatiebureau een plek waar zij haar vragen en zorgen kwijt kon. Haar jongens kregen extra hulp bij een tijdelijke taalachterstand en later werd bijvoorbeeld duidelijk dat ze een bril nodig hadden. ‘Als je er op tijd bij bent, dan kunnen je kinderen zich juist nog goed ontwikkelen.’
Taalontwikkeling
Marije: ‘Vanaf het moment dat onze jongens twee jaar waren, werd tijdens de controles op het consultatiebureau steeds duidelijker dat het praten niet goed op gang kwam. Ze zeiden bijvoorbeeld nog geen ‘papa’ of ‘mama’.’
De jeugdarts verwees de jongens naar de KNO-arts en de logopedist. Bij beide jongens bleek het gehoor niet helemaal goed en na een half jaar kregen ze buisjes.
Marije: ‘Intussen waren ze voor de zekerheid al op de wachtlijst gezet voor spraak-taal-onderzoek. Daardoor ging alles heel snel. Uit dit onderzoek kwam een vermoeden dat ze een taalontwikkelingsstoornis hadden (TOS). Maar achteraf bleek het meer een achterstand te zijn dan een probleem in de ontwikkeling.
Ze hebben voordat ze naar de basisschool gingen negen maanden op een behandelgroep gezeten waar ze extra hulp kregen met taal. Daar hebben ze een groot deel van hun achterstand kunnen inhalen, waardoor ze nu in groep 1 zelfs iets voorlopen in hun kennis van letters.’
Moederrol
‘Nu is de vraag bij een van de jongens: moet hij versneld naar groep 3? Ook dat brengt weer veel vragen en zorgen met zich mee. Binnenkort heb ik daar een gesprek over bij het consultatiebureau. Mogelijk kennen zij iemand die hierover met ons mee kan denken; zij hebben tenslotte vaker kinderen gezien met een voorsprong.
Ook al werk ik zelf in het onderwijs, ik vind het fijn om dan met iemand daar buiten te overleggen. Wij zitten er te dicht op. In mijn werk als intern begeleider op een basisschool maak ik situaties mee zoals die met mijn kinderen. Maar in de moederrol is het toch écht heel anders.’
Potjes kindervoeding
‘Voor mij is het consultatiebureau een vraagbaak. De app is heel laagdrempelig, dat vind ik fijn, dan hoef ik niet te bellen. Soms is advies op de app genoeg en anders maak ik gewoon een afspraak.
Zo wilde een van de twee niet van de potjes kindervoeding af. De jeugdarts gaf meteen twee tips voor diëtisten die extra kennis hadden over jonge kinderen. Daar ben ik heel goed en snel geholpen. De tip was om hem er aan te laten wennen tijdens het spelen en niet tijdens het avondeten. Dus bij een speelmoment een doperwt pakken, aanraken, op je armen leggen, op je neus, over je lippen rollen. Daarna in een klein bakje om te proberen. En dan doorbijten. En na het doorbijten slikte hij de erwt door. Dan kun je zeggen: dat voelt gek. Vooral het woord ‘vies’ niet gebruiken! We konden dit snel uitbreiden waardoor hij nu goed eet.’
Oogtest
‘Ook de uitslag van de eerste oogtest was niet helemaal duidelijk. De arts zei: ik stuur je voor de zekerheid door naar de oogarts. Daar werd duidelijk dat ze een bril nodig hadden. Heel fijn dat ze bij twijfel toch heeft doorgepakt.
Voor mij is het consultatiebureau een deskundige bron. Ze zien er zoveel kinderen waarmee ze onze kinderen kunnen vergelijken. Ik ben blij dat de jeugdarts al die verwijzingen al bij de eerste tekenen heeft ingezet.
Mijn advies zou zijn: Wees niet bang voor zorg. Ik ben juist goed geholpen door het te vertellen als ik zorgen had. Als je er op tijd bij bent, dan kunnen je kinderen zich juist nog goed ontwikkelen en daar aankomen waar ze horen te staan.’
Lees ook de artikelen:
Als je peuter niet goed hoort
Als je peuter achterloopt met taal
Zo help je je peuter met praten en taal
Oogtest bij de jeugdgezondheidszorg
Jeugdgezondheidszorg en peuter

