Richella, moeder van een zoon van 4 en een dochter van 2, voelde zich altijd gehoord door het consultatiebureau. Door hun steun kwam ze op tijd in het ziekenhuis terecht met haar zoon en leerde ze anders omgaan met zijn huilen. Ook kreeg ze hulp toen ze er doorheen zat: ‘Geen belletje of afspraak was te veel.’
RS-virus
‘Mijn zoon had geen makkelijke start. Toen hij 10 weken oud was, kreeg hij het RS-virus. Ik ging twee keer hem naar de huisartsenpost, maar werd steeds weggestuurd. Ik had het gevoel dat ze me zagen als een overbezorgde moeder. Hij zou te alert zijn om ziek te zijn, zeiden ze, maar ik zag dat hij zich anders gedroeg dan normaal.
Bij het consultatiebureau zeiden ze: vertrouw op je gevoel en sta erop dat hij naar het ziekenhuis gaat. Uiteindelijk lukte het om de huisarts zover te krijgen dat hij me naar het ziekenhuis verwees. In het ziekenhuis kreeg hij direct zuurstof en moest hij blijven. Dat was mijn eerste positieve ervaring met het consultatiebureau.’
Veel huilen
Richella: ‘Mijn zoon huilde als baby veel. Ik dacht aan reflux, maar de huisarts zei dat hij dat niet had. Het consultatiebureau bleef meedenken en zorgde ervoor dat we toch in het ziekenhuis terechtkonden. Toen bleek dat hij verborgen reflux had: de voeding kwam wel omhoog, maar hij spuugde het niet uit.
Toen mijn zoon één jaar was en ineens weer vaak wakker werd, kreeg ik opnieuw advies van het consultatiebureau. ‘Ik gaf nog borstvoeding, dus telkens als hij wakker werd, legde ik hem aan. De jeugdverpleegkundige gaf aan dat hij die voeding waarschijnlijk niet meer nodig had en hielp me om dat patroon te doorbreken. Ik ging niet meer meteen naar hem toe als hij huilde, maar begon eerst te tellen. Stopte hij tussendoor met huilen, dan begon ik opnieuw. En als ik wel naar binnen ging, haalde ik hem niet uit bed. Tussendoor belde de jeugdverpleegkundige me om te vragen hoe het ging.
Ik leerde heel anders te luisteren naar zijn huilen. Waarschijnlijk ging ik eerder veel te snel naar hem toe, want na twee dagen sliep hij al door.’
Bekkenklachten
‘De jeugdverpleegkundige en jeugdarts zijn er niet alleen voor mijn kinderen geweest, maar ook voor mij. Na de bevalling van mijn dochter kreeg ik ernstige bekkenklachten, waar ik nog steeds last van heb. Mijn dochter huilde ontzettend veel, maar ik kon niet met haar gaan lopen. En ik had ook nog een peuter die aandacht nodig had. Mijn man werkt onregelmatig in ploegendiensten.
De jeugdverpleegkundige dacht mee over hoe ik huishoudelijke hulp via de gemeente kon krijgen. Ze zorgde er ook voor dat ik snel bij een psycholoog terechtkon. Dat was echt nodig, want ik zat er toen even helemaal doorheen: Ik had een huilbaby, voelde me schuldig tegenover mijn zoon en niemand kon vinden wat er met mijn bekken aan de hand was.
Korte lijntjes
Het consultatiebureau is er altijd voor me geweest. Geen belletje of afspraak was te veel. Als het echt nodig is, komen ze zelfs bij je thuis. Ze kijken anders dan een huisarts, hebben korte lijntjes met medisch specialisten en kunnen goed uitleggen wat ze hebben opgemerkt. Op een gegeven moment belde ik liever eerst het consultatiebureau dan de huisarts.
Tegen andere ouders zou ik willen zeggen: bespreek je zorgen vooral met de jeugdgezondheidszorg. Je kunt alles vertellen, niets is te gek.’
Hier vind je de andere interviews met ouders.
Lees ook de artikelen:
Huilen en troosten van je baby
Spugen en reflux
Net vader of moeder geworden
Herstellen na de bevalling
RS-virus | Rijksvaccinatieprogramma.nl

